HISTORIE

Men zegt dat consumptie-ijs al zo oud is “als de weg naar Kralingen”, maar wat blijkt: nog veel ouder!! De Chinezen maakten zo’n 3000 BC al een mengsel van vruchtensap en sneeuw. De Romeinen waren echte levensgenieters, uit de opgravingen van Pompeii is een complete ijssalon blootgelegd… De bekende reiziger Marco Polo was van +- 1275-1292 in China en leerde daar het ijs kennen en via de Perzen en Indiers kwam het naar Europa. En zo komen we in het jaar 1919 in Vlaardingen. De familie C.J. van der Windt bestond uit vader – moeder en 11 kinderen: 10 jongens en 1 meisje. C.J. van der Windt “opa Cees” had al vele jaren op de visserij gevaren en wilde wel eens wat anders proberen om alle monden te vullen. Een van zijn zoons, Jan, ontmoette iemand uit Rotterdam, die hem vertelde dat je ijs moest gaan maken, dat heeft de toekomst en deze meneer had wel een recept om mee te beginnen. En zo startte de fam. van der Windt in een pakhuis in de Stationstraat. Oma Riek stond in een grote pan te roeren tot de ijsmix goed was. De eerste “ijsmachine” bestond uit een houten kuip met blokjes ijs en vrieszout er omheen en dan met de hand blijven draaien tot het ijs gereed was om te verkopen. Dit gebeurde door de zonen en later ook door andere ijsvensters met ijskarretjes. Opa Cees was heel modern voor zijn tijd en na 1 jaar besloot hij de handgedreven machine om te bouwen tot een elektrische, met een drijfriem aangedreven ijsmachine. En werd de naam veranderd in: Eerste Vlaardingse Elektrische IJsbereidingsbedrijf “Winzo”.

Het bedrijf groeide en vrijwel ieder jaar werd er een nieuwe ijswagen gebouwd door de Fa. Verhulst in het Westnieuwland, hoek Dijksteeg. ‘s Winters werd er geen ijs gemaakt, maar had opa Kees, naast een koffie-ijstent bij Vld-oost, een “koek en zopie”-tent op het ijs. Al schaatsend werd een grote slee geduwd met daarop een tent en voorraden. De standplaats was op het “Schouw”, dat is bij een van de drie vlieten die in de vlaardingse vaart uitkwamen. Er werd warme chocolademelk – koffie – koeken en voor de vaste klanten, achterom stiekem een borreltje verkocht. De stationstraat werd op een gegeven moment te klein en er werd naar een nieuw pand uitgekeken. Opa Kees kocht een perceel grond in 1923 aan de Cronjestraat (wat nu van Schravendijkplein is) en liet hierop een woonhuis bouwen met een brede steeg ernaast en daarachter een ijsfabriek met ingang aan de Schepenstraat. Op de grote binnenplaats werd een hokje ingericht voor de verkoop van ijs. Naast schepijs werd er ook diepvries-ijs, zgn “verpakt ijs” gemaakt. Bekend waren de “Dubbeldiks” en de “Roomchoco’s”. Later in de jaren 30 ging men ook nog in de winter een bakkerij beginnen met uitsluitend boterkoek en banketstaven, bestemd voor bedrijfskantines, vooral in de Rotterdamse havens. Deze koeken werden per bakfiets! bezorgd in R’dam door mijn opa Bertus.

Binnenkort het vervolg…

De oudste en lekkerste ijssalon van Vlaardingen!